UWTEDERESOLDAAT

door marc vangrieken

Categorie: dagboekfragmenten

Liefste San.

Liefste San.

Ik had alles kunnen zijn en werd vervolgens niets. De kunst van het weigeren. Dit is de vlucht waarover ik sprak.
En ik heb me in het wachten bekwaamd.
  Tijdens het wachten beweeg ik. Een slecht geheugen helpt.
Trein, hotel, de kromme wereld rond. Als een man die iets op het spoor is, soms op geluk stoot.

Stad na stad, koffiebar na koffiebar, meisje na meisje, geldt het schrijven als legitimatie voor alles wat ik goed en fout doe.
Drie minnaressen hebben is de beste research voor een roman die er nooit zal komen.
  Een slecht geheugen helpt.

In mijn stad woont een jonge dichter die succesvol is…

Toen ik jou zag, zag ik een mens, terwijl ik zelden in anderen mensen zie.
We hebben iets gemeen: met ons bouwt men geen maatschappij.
  Te zwak om ons met anderen in te laten. Te zwak voor integriteit. We doen ons best om de schade te beperken.

(Ik doe niet eens mijn best.)

Schop eens een hond. Een slecht geheugen helpt.

Liefs, U.T. Soldaat

Ik ben de tiende man.

Toen ik vanochtend door de stad liep hoorde ik een man telefoneren. Ik bleef achter hem lopen, alsof het druk was en ik er niet langs kon. Hij zei dat haar hart nu erg zwak is. Verder iets over het afdelingshoofd.
  Ik versnelde opnieuw mijn pas en stak hem voorbij. Zijn verhaal leek oninteressant. Het was eerder de manier waarop hij sprak: duidelijk, behoedzaam, zich bewust van ieder woord. Alsof elke beweging van tong en lippen nauwkeurig werd getranscribeerd aan de andere kant van de lijn.
   Hij sprak als de tweede man. De man die als tweede contact opneemt. Na een drama ofzo. De tweede man, slecht nieuws bevestigend en de eerste steun verstrekkend, komt na de eerste man, de paniekerige man, die iedereen kent.
   In deze stad – stil en alleen, bar na bar, koffiehuis na koffiehuis, (meisje na meisje) – ben ik vergeten hoe het lijden werkt. Het afzien tussen slapen en waken. Of de troostende gedachte dat het erger had gekund.
   Ik ben bijna dertig. Zelfzuchtig in de stad, tussen het sterven van twee generaties, ben ik de tiende man.